Zoeken in deze blog

zaterdag 1 februari 2020

De huwelijken

Tijd voor een nieuwe James-vertaling. ‘The Marriages’ is een van de minder bekende werken van James, maar dit verhaal over de soms bizarre gedachtekronkels van Adela Chart behoort tot mijn favorieten. Dat gold blijkbaar ook voor Robert Louis Stevenson, de auteur van Schateiland en een goede vriend van James. In oktober 1891 schreef hij hem vanaf Samoa, waar hij voor zijn gezondheid verbleef:
Mijn beste Henry James, verwacht van dit verontruste en opgejaagde schepsel niet meer dan een kort krabbeltje, en dat dan in de vorm van een jubelkreet voor Adela. O, ze is verrukkelijk, verrukkelijk; ik zou wel willen leven en sterven met Adela—sterven nog het meest; nooit eerder heb je zoiets raaks geschreven, en nooit zul je dat overtreffen.


Een wereld van verschil, zo besefte Stevenson, met de avonturenverhalen waar hij op dat moment zelf (overigens tot volle tevredenheid) aan werkte, zoals het vervolg op Kidnapped. Hij sloot zijn korte brief (hier in het Engels te lezen) af met de volgende ‘beëdigde verklaring van R.L.S.’:
Geen mens ter wereld kan zich met Adela meten: ik aanbid Adela en haar schepper. Is getekend, Robert Louis Stevenson.
Volgt nog een subliem gedicht.
     Adela, Adela, Adela Chart,
     Wat doe je me aan? Denk toch aan mijn hart!
     Geen vrouw die ooit zo mooi te boek is gesteld.
     Jij bent de beste, jij bent nu mijn held.
     Jij bent echt precies wat je broer van je zei:
     ‘Volslagen gestoord’—Adela, dat ben jij!
     Een gek zo verrukkelijk als dit domme wicht
     Vind je nergens op aarde, in geen enkel gesticht.
     O, stapelverliefd sluit ik jou in mijn hart,
     Ik loof je en lach om je, Adela Chart—
     Hoewel ik de Heer wel graag dankzeggen zou
     dat jij niet mijn kind bent, en ook niet mijn vrouw.
     Want voor je familie ben jij best wel hard:
     Je drijft ze tot zelfdoding, Adela Chart!
     Maar in deze schets van James’ vaardige hand
     Ben jij ’t zonnetje in huis, de mooiste van ’t land.
R.L.S.
R.L. Stevenson (Wikipedia)

En mocht dan nog niet duidelijk zijn hoezeer hij van het verhaal heeft genoten—na de ondertekening volgde een tweede oprisping van rijmelarij:

Eructavit cor meum.
Mijn hart zong nog het een en ander van Adela Chart.
     Liefdespijlen raakten mij wel vaker in het hart,
     Maar nooit leed ik zo’n smart als van Adela Chart.
     Boeken zitten vol vrouwen, van zacht tot keihard,
     Maar waar vind je de stoerheid van Adela Chart?
     Ik droomde dat ik naar de galg werd gekard—
     Droomde dat ik gehuwd was met Adela Chart;
     Uit de eerste ontwaakte ik doodsbang, benard,
     Uit de tweede verbijsterd, o Adela Chart!
Je ziet, er werd mij nog een vers ontrukt; de wreedheid van de Muze kent geen grenzen.
De wreedheid van James’ nietsontziende kijk op dit gezin trouwens evenmin: zijn verhaal is een sardonisch freudiaans sprookje over het victoriaanse familieleven.

Dat het verhaal zo onbekend is, voelt bijna als een onrecht. Het is wel begrijpelijk dat een origineel werk als What Maisie Knew grotere bekendheid geniet, en dat Ian McEwans terecht befaamde roman Atonement (Boetekleed in de vertaling van Rien Verhoef), die van meet af aan vergelijkingen opriep met het werk van James, critici dus vooral aan die roman deed denken—zozeer zelfs dat de uitgever in 2007 beide romans samen als één pakket presenteerde in de Vintage Twin Classics-reeks. Maar de manier waarop de bemoeizucht van de vroegrijpe Briony Tallis in Boetekleed een onherstelbare puinhoop aanricht in de levens van haar zus en dier vriendje, doet mij eerder denken aan de goedbedoelde maar rampzalige misstappen van (de weliswaar iets oudere, maar ook voortdurend als ‘girl’ aangeduide) Adela Chart in ‘De huwelijken’.

En ik noem dat een sprookje omdat ik hier en daar, zoals in bepaalde beschrijvingen van mevrouw Churchley en het motief van de kleur rood, subtiele verwijzingen naar sprookjes als Roodkapje meen te ontwaren. Dat komt natuurlijk voort uit de gedachtewereld van de hoofdpersoon: het is Adela die in mevrouw Churchley onbewust een grote boze wolf ziet.

En dat sprookje is freudiaans omdat het na Freud nu eenmaal moeilijk is om sprookjes nog anders te lezen. Welke hedendaagse lezer krijgt geen ongemakkelijk gevoel bij de boetedoening die Adela zichzelf aan het slot van het verhaal oplegt (‘stel je voor wat ik de rest van zijn leven voor [papa] moet proberen te zijn!’)? Dat mag dan ook mijn keuze verklaren voor de omslagillustratie, het schilderij De wandeling (vader en dochter) van David Oyens (1842-1902).

Download

‘The Marriages’ verscheen voor het eerst in boekvorm in The Lesson of the Master and other stories (1892), terug te vinden op Wikisource; die eerste editie was de brontekst voor deze vertaling.

‘De huwelijken’ is hier te downloaden als epubKindle-bestand (mobi) of Word-bestand.

Ik heb me voorgenomen om dit jaar elke maand een verhaal van Henry James in vertaling online te zetten. Dit is het tweede verhaal in die reeks. Alle verhalen zijn op dit blog bij elkaar te vinden onder het label James-project.

zondag 5 januari 2020

Jan Vos doet Tom Waits!

Als ik af en toe eens in de sportschool op de crosstrainer sta, luister ik naar oude afleveringen van Wim T. Schippers’ Ronflonflon. Voor mij is dat aangenaam jeugdsentiment, en ik ga er vast niet harder van lopen, maar kijk er wel een stuk minder chagrijnig bij.

Ik beluister alle afleveringen in de oorspronkelijke uitzendvolgorde, en zo kom ik ook weer dingen tegen die ik allang vergeten was, of misschien nog nooit gehoord had—want als puber heb ik destijds vast veel afleveringen gemist. En ‘uitzending gemist’ bestond nog niet.

Toen ik onlangs bijvoorbeeld de aflevering van 15 januari 1986 hoorde (ik heb nog heel wat kilometers te gaan op die crosstrainer...), merkte ik ineens dat Clous van Mechelen daarin bijna een Tom Waits-parodie ten beste leek te geven.

De titel van dit blogstuk is een beetje misleidend: het is eigenlijk niet Jan Vos die dit zingt, maar Teun Balk de kelner. En de overeenkomst met Tom Waits is misschien alleen hoorbaar als je maar met een half oor luistert. Maar toch, oordeel zelf:



Doen de thematiek van ober en klant, en dat semi-parlando, niet een béétje denken aan Eggs and Sausage?


En is de weemoed van een briljante regel als ‘en de rekening die heb nog nooit geklopt’ geen regelrechte Invitation to the Blues?


En heeft dat mottige orgeltje in de verte niet wat weg van Frank’s Wild Years?


En dat grint in de stem van Teun Balk...

De overeenkomst leek mij ineens opvallend. Leed ik aan zuurstoftekort?

Maar misschien was het toch niet echt zo bedoeld. In een latere versie voor de cd Tataboulou (1992) zijn alle al dan niet toevallige overeenkomsten met Tom Waits in ieder geval weggestreken in een glad arrangementje. Dat foute orgeltje is vervangen door een nep-piano, Van Mechelen heeft het grint uit zijn stem gegooid en doet of hij gewoon wil zingen, en de tekst is uitgebreid met een flauw verhaaltje vol tenenkrommende woordspelingen. Ook de mooie uitsmijter ‘ja, toch nog, ja’ is gesneuveld. Geen aanrader meer, wat mij betreft.



vrijdag 3 januari 2020

Vergunde anarchie

Vroeger was het in Den Haag ook al gezellig met oud en nieuw.

Trouw, 2-1-1990

Dat was in 1990. Ik zat in het tweede jaar van mijn studie. Als je geen tv had (en dat had ik toen niet, geloof ik), was het afhankelijk van de krant die je las of je nog iets meekreeg van deze ‘gezelligheid’. De foto hierboven, die aan een oorlogsgebied doet denken, komt uit Trouw, maar de Volkskrant plaatste geen foto en kopte alleen:

de Volkskrant, 2-1-1990

Telegraaf-lezers kregen de uitgebrande auto’s weer wel te zien.

Telegraaf, 2-1-1990

Parool-lezers niet. Die hadden natuurlijk ook geen boodschap aan Den Haag. En oké, in Amsterdam-West waren ook wat auto’s in vlammen opgegaan—maar de redactie vond stationslapers toch fotogenieker.

Parool, 2-1-1990

NRC is de enige van deze vijf kranten die mijn beeld van totale anarchie in Den Haag wat nuanceert: daar lees ik dat er van overheidswege autowrakken ter beschikking waren gesteld en ‘speciale feesten’ georganiseerd. Het was gereguleerde chaos, vergunde anarchie.

NRC Handelsblad, 2-1-1990

Vergunning

Over vergunningen gesproken: wat ik bij deze vluchtige verkenning van enkele nieuwjaarskranten uit 1990 eigenlijk nog de leukste ontdekking vond, was dat Charles M. Schulz in zijn Peanuts ook weleens politieke grappen durfde te maken.

Parool, 2-1-1990

Hoewel dit destijds misschien nog beschouwd werd als een simpel humanistisch, en niet echt partijpolitiek grapje. In het huidige gepolariseerde klimaat zou Schulz hiermee meteen worden verwezen naar het sentimenteel-linkse gutmensch-kamp. Waarin ik hem met open armen verwelkom.

Parool, 2-1-1990
Alle afbeeldingen komen natuurlijk van Delpher.

woensdag 1 januari 2020

De figuur in het tapijt

Een klein komisch meesterwerk, zo durf ik ‘The Figure in the Carpet’ van Henry James wel te noemen. Een kolderieke parabel over de zin en onzin van literatuur, die in de twintigste eeuw zeer tot de verbeelding sprak van de hogepriesters van de literaire kritiek. Van New Criticism tot deconstructie: alle literair-kritische stromingen konden in James’ weergave van de hermeneutische onderneming genoeg van hun gading vinden om hun interpretaties mee te vullen.

Maar hoe zwaar op de hand de interpretaties van dit werkje soms ook werden, het is in de eerste plaats een literaire mop. (Ken je die mop van die twee critici die de diepere betekenis van een literair werk eens even zouden onthullen?)

En ik vond het hoog tijd dat die mop eens in het Nederlands werd vertaald—wat bij mijn weten nog nooit is gebeurd. Dat heb ik dus gedaan, en die vertaling bied ik hier ter download aan.


Download

‘The Figure in the Carpet’ verscheen voor het eerst in boekvorm in de bundel Embarrassments in 1896; zo’n tien jaar later verscheen een licht gewijzigde versie in de door James zelf geredigeerde New York Edition van zijn verzameld werk. Voor deze vertaling ben ik uitgegaan van de tekst van de eerste boekuitgave, op internet onder meer in facsimile terug te vinden op Wikisource.

De omslagillustratie is een uitsnede uit The Blue Kimono (ca. 1898) van William Merritt Chase (1849-1916).

De figuur in het tapijt is een korte novelle in elf hoofdstukken. Het hele verhaal, met nawoord en aantekeningen, is hier te downloaden als epubKindle-bestand (mobi) of Word-bestand.

Goede voornemens

Ik doe normaal niet aan goede voornemens, maar maak een uitzondering voor 2020: ik heb me voorgenomen om dit jaar elke maand een verhaal van Henry James in vertaling online te zetten. Dit moet dus het eerste verhaal zijn in een reeks van twaalf—of dertien, als je het ‘nulnummer’ meerekent dat ik na mijn vijftigste verjaardag in november al online heb gezet, het ‘Dagboek van een vijftiger’. Al die verhalen moeten op dit blog uiteindelijk bij elkaar te vinden zijn onder de tag James-project.

Populairst de afgelopen 30 dagen

Populairst aller tijden ooit: