Zoeken in deze blog

zaterdag 30 december 2023

Every kind of lickspittle under the sun

Het eerste album in de Lapinot-reeks van Lewis Trondheim is een western en heet Blacktown. Dat is de titel van de Franse versie (1995), en dat is de titel van de Nederlandse vertaling (2007). 


Over de tamelijk recente Engelse vertaling (2018) is waarschijnlijk lang en diep nagedacht, want die heet Gloomtown

Ik zit te piekeren waarom dat is. De vertaler moet gedacht hebben dat Trondheim aan zijn niet-Engelstalige publiek met Blacktown iets anders overbracht dan het woord Blacktown voor Engelstaligen suggereert. Denk bijvoorbeeld aan het woord darkroom, dat bij Nederlandse lezers heel andere associaties wekt dan bij Engelse – voor wie het toch echt gewoon alleen maar een donkere kamer is voor het ontwikkelen van foto’s, en verder niets. (Zie ook dit interview op VertaalVerhaal met Ina Rilke over o.a. haar vertaling van De donkere kamer van Damocles.)


Het gaat Trondheim waarschijnlijk om het duistere van het stadje, de dreiging van dood en verderf, black als in Black Sabbath of Black Mirror... Komt dat in het Engels met Blacktown niet goed over? 

Of zou Blacktown een native speaker te veel doen denken aan zwart als huidskleur, een enclave van zwarte mensen in het Wilde Westen bijvoorbeeld? Daar gaat het verhaal helemaal niet over, dus het is logisch dat je als vertaler die connotatie ook wilt vermijden.

Wat de overwegingen ook zijn geweest (en ik ben er wel benieuwd naar), ik heb geen moeite met de Engelse titel, en ook niet met de rest van de vertaling. Of die overal helemaal correct is, kan ik niet beoordelen, want ik beschik niet over de Franse versie. Maar ik zie geen fouten die zo opzichtig zijn dat ze je al opvallen zonder de brontekst te kennen, en de toon en humor van Trondheims (geweldige!) strip lijkt me goed getroffen. 


Daarbij heeft de vertaler zich hier en daar uitgeleefd in het gebruik van typisch westernjargon. Dat merk je natuurlijk vooral aan de scheldwoorden, zoals die ‘no good varmints’ hierboven: varmints is het soort uitschot (ongedierte) waar je in Amerikaanse westerns over struikelt.


Om nog maar te zwijgen over deze scalawags en lickspittle. Scalawags heeft misschien een wel heel specifieke betekenis, maar een kniesoor die daarover begint. (O sorry.) En ik zou niet weten waar ik het heerlijke woord lickspittle ooit anders ben tegengekomen dan in westerns en bij Faulkner (same difference). 

Laat staan skedaddled: typisch een woord voor een komische scène in een western. Als dat niet tig keer in Bonanza en Gunsmoke is gezegd, eet ik mijn hoed op.


Gelukkig weet de vertaler wel maat te houden. Anders dan mijn selectie misschien suggereert, puilt de tekst heus niet uit van dit soort vondsten. Dat zou al snel vermoeiend zijn.

Eén keer dacht ik wel even dat de vertaler uit de bocht vloog. De eerste keer dat haar woordkeuze mij opviel, was in het plaatje hieronder.

Die spittoon (kwispedoor) is een vast onderdeel van elke western-saloon, maar die heet nu eenmaal zo, daar heb je als vertaler weinig over te zeggen. Nee, het is dat ‘bellyaching’ dat er (positief) uit springt: je hoort het John Wayne of James Stewart zo zeggen. 

En misschien dat Clint Eastwood het behalve in zijn westerns ook wel eens in een Dirty Harry heeft gebruikt. Maar in het Queens’ English van James Bond komt het ongetwijfeld niet voor, en uit de mond van een moderne actieheld zal bellyaching al snel bewust oubollig klinken. Het is echt typisch een woord uit oude westerns.


Waar ik alleen een beetje aan twijfelde, was dat ‘noggin’. Een leuk ouderwetsch woord, maar is dat ook Amerikaans? Om de een of andere reden deed het mij uitgesproken Brits aan. Ik kan me in ieder geval niet herinneren het ooit in een western te hebben gehoord.

Wreekt zich hier dan dat de vertaler, Mercedes Claire Gilliom, naar haar naam te oordelen geen native speaker is maar een Française? Vertalen in een taal die niet je moedertaal is, is immers vloeken in de vertaalkerk. 

Maar datzelfde geldt misschien dubbel en dwars in het kwadraat voor kritiek leveren op een vertaling in een taal die niet je moedertaal is. Want als ik ernaar ga zoeken, vind ik in woordenboeken geen bevestiging van mijn intuïtie dat noggins geen Amerikaans Engels is. Het staat gewoon in Amerikaanse slang-woordenboeken en andere Amerikaanse naslagwerken. En in een lange kerstaflevering van Pinky & The Brain bouwt die laatste een hypnotiserende pop (om de wereldbevolking te hypnotiseren) die hij Noodle Noggin noemt. In die tekenfilmserie klinkt Pinky weliswaar nadrukkelijk pseudo-Brits, maar The Brain toch niet. Dus zo on-Amerikaans als ik denk kan die noggin niet zijn.

Pinky onderwerpt Noodle Noggins aan een nadere blik. Narf!

Conclusie: Gilliom heeft de humor van Trondheim goed overgebracht en zijn western-pastiche een aantrekkelijk western-jargon meegegeven. 

Ik ben trouwens ook benieuwd hoe dat western-jargon in de oorspronkelijke Franse versie klinkt. Of Trondheim bijvoorbeeld veel letterlijk vertaald Engels idioom heeft gebruikt, zoals Goscinny in Lucky Luke vaak deed, waar je niet zelden een ‘smerige coyote met een gele lever’ (dirty yellow-livered coyote) tegenkomt. 

Cowboy + kwispedoor.

Dat maakt het werk van de Engelse vertaler natuurlijk makkelijk, want de tekst is dan eigenlijk al voorvertaald door de auteur: die coyote met een gele lever moet gewoon een yellow-livered coyote worden.

Ware het niet dat daarmee juist de gráp van dat letterlijk vertaalde Engels, zoals je die in het Frans en het Nederlands ervaart, in de Engelse vertaling verloren gaat. Hoe moet je dát dan weer overbrengen?

O jee, nu word ik ook al benieuwd naar hoe Lucky Luke in het Engels is vertaald. Laat ik maar ophouden.

dinsdag 12 december 2023

Blijf van mijn ulevellen af!

Billy is een rotzak. Hij kost de kruidenier een kapitaal aan ulevellen.

Uit: Billy the Kid.

Ulevellen, wie kent ze niet? 

Ik ken ze niet. 

Ik ken ze niet, ik ken ze wel, ik ken ze niet. Ik ken ze eigenlijk alléén maar van Billy the Kid in Lucky Luke. Verder had ik als kind geen idee wat voor snoepje dat precies moest zijn en ben ik dat woord later ook nooit ergens tegengekomen. 

Of ja, wel, heel veel later, toen er internet was en je dit soort dingen begon op te zoeken, en ik zag dat het een soort oudhollands suikerwerk is. En nog weer veel later, toen ik ulevellen tegenkwam in vertalingen van Hans Boland, de man die vrijer vertaalt dan zijn schaduw, en bij wie zelfs de Russen ze eten.

Uit: Les Indomptés.

Nu lees ik Les Indomptés, een hommage aan Lucky Luke van de Franse striptekenaar Blutch (de man die vernoemd is naar een strippersonage). Blutch was altijd al geestig, vooral in zijn satirische strip over zichzelf als domme, aartsconservatieve cartoonist in het interbellum, Blotch. Maar nu is hij zo grappig dat de geest van Goscinny over hem vaardig lijkt geworden. Ik vind Les Indomptés in ieder geval erg leuk, misschien wel net zo leuk als de oude reeks. 

En ook bij Blutch wordt er gesnoept: de twee (rot)kinderen waarover Lucky Luke zich zeer tegen zijn zin moet ontfermen, willen ‘caramels rouges’.

Sommige teksten vertalen zichzelf. Als dit album straks vertaald wordt, kunnen die caramels rouges natuurlijk maar één ding worden: ulevellen!

Uit: Les Indomptés.

Juist doordat ik het als kind zo’n vreemd woord vond, is het voor mij des te sterker verbonden met de snoeplust van Billy the Kid. En ik denk (nee, ik weet) dat dit geldt voor meer mensen van mijn generatie. En de generaties na mij: in 1999 werd je er op je eindexamen VWO nog over doorgezaagd! De ulevel van Billy the Kid staat dus in mijn, wat zeg ik: in ons collectieve geheugen gegrift. Samen met ‘Is het nog ver, Grote Smurf?’, ‘Rare jongens, die Romeinen’ en ‘Verzin eens een list’.

Zo kan het dus gebeuren dat je vertaling al af is nog voordat je eraan moet beginnen. Dat lijkt een beetje op waar Rob Kuitenbrouwer en ik mee te maken kregen toen we Sandra Newmans Julia vertaalden, haar vervolg op, of eigenlijk ‘feministische hervertelling’ van Orwells 1984. Daarbij voelden we  ons ook genoodzaakt aan te sluiten bij de woordkeuzes van de bestaande vertaling van Orwells roman. We hebben daar onlangs een stukje over geschreven op de site van Athenaeum Boekhandel.

En misschien zou ik hier moeten stoppen, want je moet je eigen voorkeuren nooit kapotchecken. Maar  het ligt met Lucky Luke iets minder eenvoudig. 1984 is na 1984 niet opnieuw vertaald. (Let op het subtiele gebruik van cursief in deze zin!) Daarvan bestaat dus in principe maar één vertaling die relevant is voor hedendaagse lezers. (Al ligt ook dit allemaal iets minder eenvoudig dan we het in ons stukje voor Athenaeum hebben voorgesteld. Misschien moet ik daar nog eens wat meer over schrijven.)

Maar Lucky Luke is de laatste jaren juist wel opnieuw vertaald, door James Vandermeersch. (Daarover kun je meer lezen bij VandaagsVertaalProbleem, hier en hier.) Ik heb hier en daar wat moeite met die nieuwe versies, maar of dat nu misplaatste nostalgie is of niet: de nieuwe vertaling is een feit, en daar heb je als vertaler van Blutch misschien toch rekening mee te houden. 

Zijn de ulevellen bij Vandermeersch nog ulevellen? En zo nee, kun je dan als vertaler van Blutch de ulevellen ulevellen laten? 

Uit: Billy the Kid.

Ik kan daar verder niets over zeggen, want ik heb geen nieuwe vertalingen in huis van Billy the Kid en Het escorte, de twee albums waarin Billy een rol speelt. Wat ik wel in huis heb, is de oude versie van beide albums.

En je moet dus niets kapotchecken, nee, maar ik mag die toch wel eens herlezen? En dan blijken ook de oude vertalingen het plaatje al danig te compliceren. Niet alleen klaagt de kruidenier dat Billy zijn ulevellen steelt, verderop in Billy the Kid krijgt Billy the Kid van Lucky Luke ook een handvol ‘rode ulevellen’ toegeworpen. (Let weer op het meesterlijke gebruik van cursief.)

Maar heel consequent is de vertaler daar niet in geweest. Eerder in het boek demonstreren zowel Billy als Luke met behulp van diezelfde ulevel hun revolvervaardigheid. Maar daar heet de Franse caramel ineens een toffee. 

Uit: Billy the Kid.

Althans: als Billy laat zien hoe snel hij is. Als Luke hetzelfde doet, maar dan beter, is het een caramel.

Uit: Billy the Kid.

Misschien dat de eerste vertaler van dit boek sneller dan zijn schaduw was – maar dan ook slordiger. Een vertaling vanuit de heup, vlot maar niet altijd trefzeker.

In ieder geval is de caramel rouge dus duidelijk niet steevast als ulevel vertaald, zoals mijn collectief geheugen me toch al decennia voorspiegelt. Toen vier jaar na Billy the Kid het album Het escorte verscheen, waren het ineens ‘rode toffees’ die Billy wilde stelen. 

(NB: Ik heb dit uit een digitale versie, ik heb mijn eigen oude album niet meer en weet niet 100% zeker of het daarin ook zo stond. Maar ik vermoed van wel. Het colofon van mijn digitale versie vermeldt geen vertaler, terwijl bij de nieuwe vertalingen van Vandermeersch zijn naam wel steeds vermeld staat.)

Uit: Het escorte.

Eigenlijk is het dus heel raar dat juist die ulevellen zich zo in mijn geheugen hebben vastgezet. In dit album spelen die toffees nota bene een nog grotere rol dan in het eerste. Eerst overvalt de aan Lucky Luke ontsnapte Billy een handelaar in ‘rode toffees’ (‘van uitstekende kwaliteit’). 

Uit: Billy the Kid.

Vervolgens laat hij een spoor van toffeepapiertjes achter waardoor Lucky Luke hem snel kan opsporen.

Uit: Billy the Kid.

Maar van ulevellen in heel dit album geen spoor. Ofwel de vertaling is bij Dupuis tussentijds nog aangepast, of mijn selectieve geheugen heeft me een collectieve loer gedraaid.

En die caramels rouges van Blutch: ik kan wel van mening zijn dat die zichzelf al vertaald hebben. Maar hoe dan? 

Moeten het ulevellen worden, als eerbewijs aan mijn collectieve gatenkaasgeheugen, en aan de enige twee plaatjes in Billy the Kid waarop dat vroeger zo raadselachtige woord voorkwam (en aan Hans Boland)?

Of toffees, omdat dat voor iedereen begrijpelijk is, en door de literatuurwetenschapper ook als ‘verwijzing’ kan worden geturfd, want kijk maar, het stáát er?

Of moet het nog weer een ander snoepje worden, vanwege de nieuwe vertaling? 

Ik weet het niet. 

En ik heb eigenlijk ook geen zin om erover na te denken.

Ik wil ulevellen!


[18/12/23: Zoals bij elk rechtgeaard stripverhaal had hier onder gemoeten: wordt vervolgd. Binnenkort meer.]

zondag 3 december 2023

Mijn eindejaarslijstje

Tijd voor de eindejaarslijstjes. De Volkskrant gaf dit weekend de aftrap met artikelen over de 50 beste boeken van het jaar en de beste vibrators ever. Dus hier ook mijn eindejaarslijstje. Voor alle liefhebbers van lijstjes, en boeken, en (klassieke) muziek: mijn beste boeken en muziek. Van 1888. 

Henry... 

Dat begint met de meester zelf, Henry James, die in dat jaar niet alleen The Lesson of the Master maar ook The Aspern Papers publiceerde. (Hier een hoorspel van dat laatste, weer eens wat anders.) 


En verder natuurlijk The Reverberator, zijn novelle over de schandaalpers, de novelle A London Life over zijn ‘international theme’ (Amerikanen in Europa), en het lange korte verhaal ‘The Liar’ (waarvan hier op mijn blog een negentiende-eeuwse vertaling staat). 

En o ja, ik zou het haast vergeten, wat kon deze man veel doen in één jaar: zijn tegenwoordig vuistdikke, maar destijds driedelige politieke roman over liefde, idealisme en terrorisme The Princess Casamassima. Lionel Trilling liep er weg mee, maar ook Huib Drion (ja, die van de pil).

Minimaal de eerste vijf posities in mijn top-100 van beste boeken uit 1888 worden dus ingenomen door Henry James. Wat mij betreft al genoeg om het uit te roepen tot annus mirabilis. 


[Correctie: ik schreef dit gisteren wel, maar het was ook te mooi om waar te zijn. Domme fout, Casamassima is van 1886. En het duurde tot 1890 voor hij weer met een roman kwam, The Tragic Muse. James is ook maar een mens. Om over mij maar te zwijgen.]

...en de anderen

Maar daar blijft het niet bij. James’ goede vriend Robert Louis Stevenson kwam in 1888 (twee jaar na zijn Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde) met de aardige Young Adult-roman The Black Arrow. Louis Couperus brak door met Eline Vere, Eça de Queiroz schreef zijn magnum opus De Maia’s (meer dan een eeuw later mooi vertaald door Harrie Lemmens, een vertaling die in februari opnieuw wordt uitgebracht door Veen: aanrader!).

Verder verschenen er in Engeland minstens twee belangrijke verhalenbundels. Ten eerste Wessex Tales van Thomas Hardy, met daarin zijn absolute meesterwerk op de korte baan: ‘The Withered Arm’ (mijn vertaling staat hier). 


En The Phantom Rickshaw and Other Tales van Kipling, met zijn al even klassieke ‘The Man Who Would Be King’, tegenwoordig vooral bekend van de verfilming met Sean Connery en Michael Caine. Een weergaloos verhaal, genuanceerder in zijn weergave van (en kritiek op) het kolonialisme dan je zou denken. 

1888 was ook het jaar dat Arthur Conan Doyles eerste Sherlock Holmes-roman A Study in Scarlet in boekvorm verscheen. H. Rider Haggard, die in 1885 een enorm populaire reeks avonturenromans was begonnen met King Solomon’s Mines, deed het in 1888 iets rustiger aan met de korte (en bij vlagen verbijsterende novelle) Maiwa’s Revenge, or the War of the Little Hand


Op Three Men in a Boat van Jerome K. Jerome moest de wereld in 1888 nog een jaartje wachten, maar Maupassant ging wel uit varen en publiceerde het verhaal ‘Sur l’eau’ en de roman Pierre et Jean. Van Theodor Fontane verscheen de roman Irrungen, Wirrungen (vertaald als Dolingen, dwalingen), maar dat is geen groot meesterwerk.

Nee, dan Tsjechov: die was actief van 1880 tot 1903, dus verscheen er ook in 1888 werk van zijn hand. Wel was dit het jaar waarin hij het roer omgooide en stopte met het schrijven van vijftig tot soms wel tachtig korte verhalen per jaar. Vanaf 1888 schreef hij ieder jaar een veel kleiner aantal, vaak langere en steeds fijnzinnigere, verhalen – en later natuurlijk zijn toneelstukken. (Ivanov was in 1887 nog geflopt en De bosgeest verging het in 1889 niet veel beter, maar een paar jaar later kwam het allemaal goed.) In 1888 publiceerde hij de bundel Verhalen, met onder meer de lange novelle De steppe en een klassiek verhaal als ‘De kus’, en verder schreef hij dat jaar onder meer ‘Slapen’, ‘Zielenpijn’ en ‘De naamdag’.

Tot zover de boeken en verhalen uit 1888 die ik de moeite waard vind, en die veelal ook nog steeds behoorlijk beroemd zijn.

Het vergeten 1888

Er zijn ook boeken die toen furore maakten maar die ik nog niet gelezen heb, of waar ik tot voor kort zelfs nooit van gehoord had.

Neem Robert Elsmere van Mrs Humphrey Ward: Wikipedia meldt daarover dat er in korte tijd een miljoen exemplaren van werden verkocht en dat het haar ‘de bewondering van Henry James’ opleverde. Dat maakt nieuwsgierig! De roman gaat volgens datzelfde Wikipedia over ‘een predikant in Oxford die in aanraking komt met teksten van Duitse rationalisten als Schelling en David Strauss en daardoor begint te twijfelen aan de leer van de Anglicaanse kerk. Maar in plaats van tot atheïsme te vervallen of zich tot het rooms-katholicisme te bekeren, zoekt Elsmere zijn heil bij een “constructief liberalisme” (door de auteur opgedaan bij [de filosoof] Thomas Hill Green) dat het belang benadrukt van opbouwwerk onder de arme ongeschoolde klasse.’ Het klinkt niet als een verhaal waarvan je ook vandaag de dag nog makkelijk miljoenen exemplaren verkoopt. Maar zeker weet je dat pas als je het gaat lezen. Ik weet niet of ik daar ooit aan toekom.

Een boek dat in 1888 in feuilletonvorm verscheen en wel een klassieker werd, en me daarom meer aantrekt, is Baas Don Gesualdo van Giovanni Verga. Volgens Alle Lansu in Het Parool was het ‘120 jaar na verschijnen nog altijd actueel’. Helaas niet actueel genoeg om die vertaling in druk te houden, of zelfs maar beschikbaar als e-boek. 

Dat is gelukkig wel gebeurd met Verga’s De leeglopers uit 1881, dat nog als e-boek te koop is. Het is bovendien een lievelingsboek van Verga’s vertalers, Yond Boeke en Patty Krone, dus dat moet ik misschien eerst maar eens proberen. 

Evenals Le Rêve, van Zola – alleen al omdat ik toch ooit zijn hele Rougon-Macquart wil lezen.


Maar wat te denken van The Romance of a Shop, een roman over ‘de nieuwe vrouw’ van Amy Levy (die wel beschouwd wordt als een van eerste lesbische romanschrijfsters, al is dat speculatief), A Strange Manuscript Found in a Copper Cylinder, een avontuur van de Canadees James De Mille in de stijl (als ik Wikipedia mag geloven) van Conan Doyle en Rider Haggard, of de Australische western Robbery Under Arms van Rolf Boldrewood (pseudoniem van ene Thomas Alexander Browne): allemaal romans die in hun tijd enige naam maakten en geruime tijd populair bleven, maar nu vergeten lijken. (Zij het ook weer niet zo vergeten dat je ze niet ergens kunt downloaden. De échte ‘vergeten boeken’ zijn natuurlijk de boeken waarvan zelfs op internet geen spoor terug te vinden is – en die daardoor ook wel voor altijd vergeten zullen blijven.)

Robbery under Arms is in 1957 verfilmd
en in Nederland uitgebracht als De ranch der vervloekten,
(al denkt IMDB dat het De farm der vervloekten was).
De film staat momenteel op YouTube.

Tot slot een paar in hun eigen land nog steeds bekende auteurs van wie in 1888 een boek verscheen. De Poolse auteur en latere Nobelprijswinnaar (1905) Henryk Sienkiewicz, die vooral beroemd zou worden met Quo Vadis (1896), publiceerde in 1888 het laatste deel van zijn trilogie die in Polen simpelweg bekend schijnt te staan als ‘de trilogie’: Pan Wołodyjowski; in het Engels vertaald als Fire in the Steppe, maar ook als Pan Michael; in het Nederlands als De Heer Wołodyjowski.

Van Gerhart Hauptmann verscheen de novelle Bahnwärter Thiel. Van Octave Mirbeau L’Abbé Jules en van Theodor Storm Der Schimmelreiter

Marcellus Emants moest nog een beetje op dreef komen en schreef dat jaar niet zijn meest aansprekende titels: Adolf van Gelre, Jonge harten en Juffrouw Lina. Misschien die laatste eens proberen; de titel doet onvervalst naturalisme vermoeden.

Muziek

En dan de muziek: wat moet de soundtrack zijn bij al deze boeken uit 1888? Simpel. Het jaar 1888 leverde genoeg opusnummers op die in de top-2000 niet mogen ontbreken. Hier is mijn inzending.


Om me te beperken tot de allerberoemdste, meest uitgevoerde werken: 1888 was het jaar van de eerste symfonie van Mahler, de vijfde van Tsjaikovski en de enige van César Franck, van de symfonische suite Scheherazade van Rimsky-Korsakov en de symfonische gedichten Don JuanMacbeth en Tod und Verklärung van Richard Straus. Brahms publiceerde zijn prachtige derde vioolsonate, en naast de eerste versie van Fauré’s Requiem kreeg ook het pianokwintet van Dvorak dat jaar zijn première. Grieg kwam met de Peer Gynt-suite en zijn vierde boek met Lyrische Stücke en Hugo Wolf publiceerde zijn Mörike-lieder, Debussy schreef het eerste van zijn twee Arabesques en Satie twee van zijn drie Gymnopédies. 

Hier is een YouTube playlist met uitvoeringen van al die werken. 


Populairst de afgelopen 30 dagen

Populairst aller tijden ooit: