Zoeken in deze blog

dinsdag 21 mei 2019

Romantische avonturen van een melkmeisje

Eergisteren heb ik hier mijn poging online gezet om hoofdstuk 2 van Thomas Hardy’s novelle The Romantic Adventures of a Milkmaid (1883) in negentiende-eeuwse stijl te vertalen. Het zal wel duidelijk zijn welke vertaling van mijzelf was en welke de authentieke tekst. (Hint: ik zou nooit hebben bedacht dat je dressing gown ook kunt vertalen als ‘chambre-cloak’; of dat een man destijds een kamerjapon kon dragen zonder van travestie te worden beschuldigd...)

En anders kan iedereen het natrekken in de volledige tekst van dit feuilleton, die ik hier nu online zet. Onderaan dit bericht staan de links naar de downloads.


Van het werk van Thomas Hardy is in het Nederlands niet veel vertaald. Maarten ’t Hart klaagde er in de jaren 70 en 80 al over:
Voor zover ik weet is alleen Tess of d'Urbervilles in 1934 in Nederlandse vertaling verschenen en dat terwijl van bijna al Hardy's boeken Chinese en Japanse vertalingen voorhanden zijn.
Veel is er aan de situatie sindsdien niet veranderd. In de jaren 90 verscheen eindelijk een moderne vertaling van Tess of the D’Urbervilles door Ernst van Altena. Maar verder lijken er alleen diverse vertalingen te bestaan van Hardy’s meesterwerk The Mayor of Casterbridge en verscheen in 2016 Macel Ottens vertaling van Far from the Madding Crowd — volgens de uitgever de eerste vertaling van die roman.

Dat laatste klopt niet: al in 1876, dus kort nadat de roman in het Engels was verschenen, kwam Ver van het Stadsgewoel uit, een Nederlandse vertaling ‘door Mevr. van Westhreene’. Recensent ‘O.D.’ van Het leeskabinet (‘mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen’) was zowel over de roman als over de vertaling destijds zeer te spreken:
Wij mogen niet eindigen zonder een woord van lof voor de vertaalster. Het Engelsch van dit boek heeft zeker zijne eigenaardige moeielijkheid gehad; zij toonde echter die goed onder de knie te hebben.
De vertaling is nu helaas onvindbaar. Ik kan er op internet en in de KB-catalogus althans geen spoor van vinden. Maar het moge duidelijk zijn dat er méér van Hardy is vertaald dan een vlugge blik in de bibliotheekcatalogus soms doet vermoeden.

Neem bijvoorbeeld die vertaling van Tess uit 1934 waar ’t Hart van rept: als hij hem niet had genoemd, zou ik er niets over weten, want ook daarvan vind ik op internet verder geen spoor. En wat ’t Hart dan weer niet wist: dat die roman van oktober 1895 tot maart 1896 al onder de titel Tesz als feuilleton verscheen in de Schager Courant, nu weer te lezen in het online archief van die krant (alleen de slotaflevering lijkt helaas te ontbreken).

Verder heb ik in Delpher een verwijzing gevonden naar een boekuitgave uit 1877 van De hand van Adelberta, alsmede Nederlandse feuilletonversies van Hardy’s vroege roman A Pair of Blue Eyes en enkele kortere verhalen. En dus van The Romantic Adventures of a Milkmaid.

Romantische avonturen 

Als schrijver van korte verhalen was Thomas Hardy niet altijd op zijn best. Sommige van zijn verhalen bevatten wel iets van de inspiratie die ook zijn beste romans kenmerkt, en één verhaal is een absoluut meesterwerk. (Ik doel op ‘The Withered Arm’, dat ik samen met ‘On the Western Circuit’ en ‘The Fiddler of the Reels’ zelf heb vertaald en hier nog weleens online zal presenteren.) Maar de meeste van zijn korte verhalen lijken wel blauwdrukken voor nooit geschreven romans: hun plot is vaak van een typisch Hardyeske grilligheid, maar ze bevatten te weinig van die beeldende scènes die zijn romans zo indringend kunnen maken. Ze blijven vaak wat dunnetjes. ‘Drie niesende dieven’, waarvan ik hier al eens een vertaling plaatste, is daarvan een goed voorbeeld.

De romantische avonturen van een melkmeisje valt er wat dat betreft eigenlijk tussenin. Het is met 30.000 woorden niet echt een kort verhaal, eerder een novelle. Het bevat een paar geweldige scènes. Toegegeven, het verhaal gaat misschien net iets te lang door, het is bij vlagen een melodramatische draak in de trant van Indecent Proposal (als iemand die film nog kent), en het lijkt soms alsof Hardy niet goed wist welke wending hij nu weer aan zijn plot moest geven. Maar al met al is het ook een origineel en aanstekelijk opgewekt verhaal met een soms wat ondoorgrondelijke en (zoals meestal bij Hardy) onverbeterlijk eigenzinnige vrouwelijke hoofdpersoon.


Met alles en alles

Deze 19de-eeuwse vertaling voldoet misschien niet aan onze huidige kwaliteitsnormen: de vertaler laat weleens een zinnetje weg. Bijvoorbeeld in de beschrijving van de route van een postbode. Hemelsbreed hoeft die maar zes mijl heen en zes mijl terug af te leggen.
But what with zigzags, devious ways, offsets to country seats, horse-shoe curves to farms, looped courses and isosceles triangles to outlying hamlets, the ground actually covered by him was nearer one-and-twenty miles.
Dit is dan ook Hardy op zijn meest eigenwijs, op het irritante af, met die rare ‘gelijkzijdige driehoeken’ die als een rare puist in zijn beschrijving opduiken: typerend voor zijn niet altijd even elegante, soms wat knoestige stijl. Misschien vond de anonieme krantenvertaler dat ook, want die maakt er korte metten mee:
Maar door allerlei zigzags, zijwegen, bestellingen bij afgelegen boerenplaatsen en andere moeielijkheden, werd het met alles en alles gewoonlijk een-en-twintig mijlen.

Klokhuis

Die botte bijl wordt heus niet voortdurend gehanteerd. Over het algemeen wordt de brontekst in deze vertaling heel behoorlijk gevolgd. Sommige inkortingen zijn ook best begrijpelijk, en er zitten aanpassingen bij die ik even charmant als markant vind, zoals de vernederlandsing van de namen Margery en James tot Margereta (soms Margreetje) en Jaap.

Er zijn ook aanpassingen die ik niet goed begrijp. Neem de buitenlandse afkomst van de baron door wie Margery zich het hoofd op hol laat brengen: die ‘foreigner’ heet in de vertaling meestal een ‘vreemde heer’ of ‘vreemdeling’. De mededeling dat hij met een ‘buitenlands accent’ spreekt, is in de vertaling weggelaten, evenals de opmerking van de postbode dat ’a’s a foreign noble that’s lived in England so long as to be a kind of mule as to country. Zijn buitenlandse afkomst, die hem exotisch en daardoor aantrekkelijker maakt voor Margery, wordt dus structureel weggemoffeld, en ik zou eerlijk gezegd niet goed weten waarom. (En ik vind het jammer, want ik had graag geweten hoe dat raadselachtige mule door de 19de-eeuwse vertaler werd opgevat.)

Andere afwijkingen zijn wel weer goed te begrijpen. Aan het eind van hoofdstuk 2 voert Margery een gesprek met de postbode. Dat zijn dialect in de vertaling is verdwenen, is niet zo gek: dat is nog steeds een gebruikelijke vertaalstrategie. Je kunt zo’n Engelse postbode moeilijk plat Limburgs of Zeeuws-Vlaams in de mond leggen. (Al lonkt die laatste optie mij soms wel.)


Maar toen ik zelf nog een ‘reconstructievertaling’ zat te maken omdat ik de vertaling van dit hoofdstuk niet in Delpher kon vinden, werd ik heel benieuwd naar wat mijn voorganger met dat gesprek had gedaan. De volgende passage bevat namelijk twee lastige woorden:
But, in final, his health’s not good, ’a b’lieve; and he’s been living too rithe. The London smoke got into his keakhorn, till ’a couldn’t eat. However, I shouldn’t mind having the run of his kitchen.
De woorden rithe en keakhorn kon ik niet thuisbrengen en ook in geen enkel woordenboek vinden. Gelukkig voor mij bevat The Withered Arm and Other Stories, 1874-1888 (Kristin Brady red., Penguin, 1999) een verklarende lijst met streektaalwoorden. Daarin wordt rithe verklaard als ‘high, as in high-living’, en keakhorn als ‘presumably [!] the throat or gullet’ (wat ook weer bevestigd wordt doordat Hardy dit laatste woord dertig jaar later, in de boekuitgave van 1913, veranderde in windpipe). Maar ik kon me niet voorstellen dat de 19de-eeuwse vertaler ook over die informatie beschikte. Dus wat zou die hiermee hebben gedaan? Ik vermoedde dat deze passage wel zou zijn weggelaten of aangepast.

Toen ik de vertaling uiteindelijk in een ander online archief vond, bleek dat ongeveer te kloppen: de zin met rithe is inderdaad — begrijpelijkerwijs — weggelaten. Maar keakhorn is klokhuis geworden, een heel aardige vondst — volgens het ‘klinkt als’-principe?
Maar ik geloof niet, dat zijn gezondheid deugt. De Londensche rook is in zijn klokhuis gedrongen, zoolang tot hij niet meer eten kon. Ik zou niet gaarne zijn kok willen zijn.
Wat niet verhindert dat het slotzinnetje dan weer verkeerd is begrepen. De postbode zou immers juist wél zijn kok willen zijn, of liever (denk ik): van de geneugten van zijn keuken willen genieten.

Download

Wat de kwaliteit van de vertaling verder ook moge zijn: volgens mij is de oude tekst ‘met alles en alles’ nog heel leesbaar, en in ieder geval goed genoeg om iets van de kwaliteit van het origineel over te brengen. Vandaar dat ik hem hier ter download aanbied.

De tekst is overgenomen uit de feuilletonversie die van vrijdag 7 tot zaterdag 29 september 1883 verscheen in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, aangevuld met de tekst van hoofdstuk 2 uit de versie die van januari tot februari 1884 verscheen in de Heldersche en Nieuwedieper Courant. Links naar die archieven zijn in de tekst opgenomen.

De tekst is in twee versies te downloaden:
Een leeseditie in de oude spelling, gratis vanaf dit blog: als epubKindle-bestand of Word-document.
En een leeseditie in moderne spelling, via Kobo (of Bol.com) en Amazon.

Voor (het verhaal over) mijn zinloze reconstructie van hoofdstuk 2, klik hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Populairst de afgelopen 30 dagen

Populairst aller tijden ooit: