Zoeken in deze blog

donderdag 5 juli 2018

Venice interior

Bron: The Met
Ik kan het me niet goed voorstellen. Je hebt veel geld, je leeft op stand in Venetië, waar een populaire schilder dit portret van je maakt in je opulente interieur, met zoon en schoondochter op de achtergrond, en hij wil jullie dat schilderij schenken. En dan zeg je: Nee, dit staat me niet aan, hou het zelf maar.

Wie wil zo’n schilderij nou niet in huis? Hooguit als je er geen plek voor hebt. Maar dat lijkt bij dit echtpaar geen probleem...

Toch overkwam dit John Singer Sargent, societyschilder, tijdgenoot en kennis van Henry James (die het betreffende echtpaar Curtis ook goed kende), en na de oorlog postuum hofleverancier van mooie coverplaatjes voor klassieke romans. Zo blijk ik een uitsnede van dit schilderij al dertig jaar te kennen als het omslag van een Penguin-uitgave van Ford Maddox Ford’s The Good Soldier (een boek dat wel weer eens mag worden vertaald, maar dat terzijde).

Maar de rest van het schilderij kende ik nog niet, evenmin als deze anekdote, die ik tegenkwam in Michael Gorra’s ‘biografie’ van een roman: Portrait of a Novel: Henry James and the Making of an American Masterpiece.

Dat is overigens een geweldig boek. Het klinkt als een saai idee: een heel boek, een vrij dik boek zelfs, over één enkele roman, The Portrait of a Lady. Maar die roman is er interessant genoeg voor en Gorra heeft er veel behartenswaardigs over te vertellen. Hij laat zich hier kennen als een voorbeeldig literair criticus: scherpzinnig, voelbaar betrokken bij zijn onderwerp, goed op de hoogte van wat daarover al geschreven is, goed ingevoerd in de historische context. En ongetwijfeld ook wel op de hoogte van, maar zichzelf nooit verliezend in academisch jargon: zijn proza is steeds precies én helder. Een ideale gids voor het werk van James.

Ook bij dit schilderij geeft hij blijk van een scherpe blik. Henry James vond het onbegrijpelijk dat het rijke echtpaar dit werk niet wilde hebben. Gorra schrijft:
Yet perhaps Mrs. Curtis’s eye was better than James knew, and she had seen an implicit criticism in Sargent’s rendering of the richly furnished chamber, a suggestion that their lives were not as large as their rooms.
Tja, zou kunnen. Wat ik vooral zie, is die aantrekkelijke schilderstijl. Dat typisch eind-negentiende-eeuwse, door het impressionisme wel beïnvloede maar niet beperkte, vlotte en losse realisme, dat aantrekkelijke plaatjes oplevert die uitgevers al decennia lang graag als boekomslag gebruiken. Natuurlijk, Sargent heeft niet de statuur van tijdgenoten als Monet of Renoir en was geen vernieuwer als Van Gogh of Matisse. Hij is eerder te vergelijken met zijn bijna exacte tijdgenoot Breitner, wiens stijl me wel een beetje aan die van Sargent doet denken. Ergens is deze kunst wellicht wat te gemakkelijk, behaagziek misschien zelfs (al wist Sargent het echtpaar Curtis dus niet te behagen). Het is kunst die terugkijkt, niet vooruit. Maar dat terugkijken deed hij wel heel mooi!

Gorra omschrijft het in zijn boek als volgt, en trekt dan meteen een vergelijking met Henry James – met wie Sargent wel vaker in één adem wordt genoemd, maar dan alsof ze elkaars evenknie waren; daar is Gorra het niet mee eens:
Sargent is a great painter, but his work isn’t an event in the history of his medium; he concludes a period but doesn’t begin the next one. James does. In other ways, though, they do seem similar, and not only in crude biographical terms as expatriate bachelors from monied families. Each had an acute sense of the artistic past on which he drew. Each was conscious that he both depicted and appealed to a rarefied audience, and in consequence longed for a large popular or public success; while in chasing that success each of them spent years on mistakes. James’s 1890s fascination with the theater finds its match in the dead end of the painter’s religious murals for the Boston Public Library, a grandly inert attempt to revive the spirit if not the technique of Renaissance fresco.
James’ verhalen, hoe ‘ouderwets’ negentiende-eeuws ze op het eerste gezicht misschien ook aandoen, kijken wel degelijk vooruit: ze kondigen het modernisme in feite al aan, of bereiden het voor. Sargents schilderkunst kijkt terug, James’ oeuvre wijst vooruit.

Daarin vonden ze elkaar dus niet. Wel schilderde Sargent in 1916 – toen James zijn ‘years of mistakes’ al lang achter zich had gelaten – nog een van de beroemdste portretten die er van James zijn gemaakt. Dat is bij mijn weten nooit terechtgekomen op het omslag van een roman, maar wel op dat van menig James-biografie. (En het was in 1914 slachtoffer van een terreuraanslag door een dolgedraaide feministe!)

bron: National Portrait Gallery


woensdag 4 juli 2018

Pebbles on the beach

Het is niet mijn bedoeling om van dit blog een aankondigingspagina voor mijn homepage te maken, maar het is inmiddels zo lang geleden dat daarop weer wat nieuws is verschenen, dat ik nu een uitzondering maak: ik heb er een nieuwe vertaling van Shakespeare’s sonnet 60 op gezet.

Dat is dat sonnet van die kiezels. En om hier ook nog wat vertier te bieden: ik kan het woord pebbles niet horen zonder aan Jacques Plafond te denken...


You flirty piece of pebble, you’re not even a rock.

Hark!

De meligheid van Ronflonflon was destijds elke woensdagmiddag vaste kost voor mij. Erg fijn dat ze het uitzonden op de dag dat je ’s middags vrij had van school! Veel afleveringen zijn nu weer online te beluisteren – gelukkig.

Maar het was me ontgaan dat hij met de Plafonnières destijds ook een complete elpee heeft uitgebracht. Die, als een heus conceptalbum (is dit dan de Nederlandse Sgt. Pepper?) met een ouverture begint. En die nu in zijn geheel op de YouTubes staat. Nog gelukkiger.


Don’t slurp with your spoon!

dinsdag 3 juli 2018

World wide web? Das war einmal!


Wijze woorden van dr. Phil.

Een paar weken geleden kwam ik dit tegen:


En vandaag weer dit:


Is dat een nieuwe trend? Ja dus: het is een gevolg van de nieuwe Europese privacywet. Amerikaanse media die geen zin, tijd of geld hebben om zich daaraan te houden, vinden het makkelijker om Europese bezoekers dan maar te weren. Het was mij even ontgaan, al scheef Vanity Fair er wel over. En in Nederland Bright. Onoplettendheid van mij – of misschien vinden media het ook niet zo interessant, omdat het hooguit een beetje concurrentie minder betekent voor hén.

“You can’t change what you don’t acknowledge.”

In het geval van de krantensites hierboven is trouwens nog duidelijk wat je moet missen en waarom. In andere gevallen lijkt de toegang geruisloos te worden afgeschermd. Zodat er in alle stilte een ‘verdeeld’ internet ontstaat. (Dat verdeelde internet was er natuurlijk altijd al, zeker voor gebruikers in landen als China of Iran. Maar ‘het komt nu wel heel dichtbij’!)

Enkele maanden geleden, nog voor de invoering van de nieuwe Europese privacywet, was me al opgevallen dat de website van Dr. Phil niet bereikbaar was. Ik zocht die site niet op uit psychische nood, maar ten behoeve van de vertaling van een van zijn leerzame programma’s. Inmiddels levert de klik op een link naar zijn website geen ‘access denied’-melding meer op, maar toch blijft
https://www.drphil.com/ voor (alle?) Europese gebruikers verboten. Je wordt namelijk automatisch doorgeleid naar de YouTube-pagina van het programma op https://www.youtube.com/user/drphilshow.

De reden wordt nergens vermeld, maar dat ook dit met de privacywet te maken heeft, ligt wel erg voor de hand. En op deze manier eet Dr. Phil in stilte van twee walletjes: hij hoeft zijn eigenlijke website, die wel degelijk nog steeds in de lucht is, niet aan te passen aan de Europese wetgeving, maar hoeft zijn Europese kijkers ook niet helemaal van zich te vervreemden. En welke argeloze bezoeker heeft nou door dat die andere site nog wel bestáát, maar alleen niet toegankelijk is in Europa?

Ik hoop dat dit geen standaardpraktijk gaat worden van commerciële Amerikaanse websites. Het is toch lastig als je op zoek bent naar specifieke informatie, bijvoorbeeld voor een vertaling. Misschien wordt het tijd om me eens te verdiepen in de mogelijkheden van VPN.


maandag 11 juni 2018

The freshness and the quickness

Het WK voetbal staat voor de deur, maar ik wil het even met u hebben over het WK Jatwerk. Want kijk, nou kan Willem van Hanegem wel hebben beweerd dat Cruijffie zijn wijsheden van hem heb gejat. Maar baas boven baas. Letterkundig bronnenonderzoek heeft mij zojuist iets heel anders uitgewezen:


Of het nou van een Rotterdammert of een Amsterdammert komt, ze hadden het sowieso dus van heel iemand anders, en van heel lang geleden (1881 om precies te zijn).

Kijk, iedereen citeert wel eens wat. Maar kom er dan gewoon voor uit.

De Meester is not amused.


En als we tussen deze twee voetballerts moeten kiezen, dan staat voor mij wel vast dat het El Salvador is geweest, en niet de Kromme, die deze frase uit The Portrait of a Lady (hoofdstuk 19) heeft opgeduikeld.

Dat Cruijff in zijn vrije tijd graag goede boeken las, is voor de voetbalvorsers tot nog toe weliswaar een zeer goed bewaard geheim gebleven. Maar de Amerikaanse epistemoloog Donald Rumsfeld zei het al: wat je niet verteld wordt, dat ken je niet weten. En gezien de vele dichterlijke vrijheden die Cruijff in zijn filosofische speltheorieën gewend was te nemen, is die heimelijke liefde voor literatuur allicht niet zo vreemd.

Dat vooral het oeuvre van Henry James hem na aan het hart moet hebben gelegen, is daarbij een veronderstelling die zich niet anders dan met de kracht van een onweerlegbare waarheid kan opdringen aan eenieder die zich nog heugt hoe de meanderende, aan het grote voetbalbrein van het Betondorpse orakel ontsproten redenaties iedere lezer of toehoorder verbijsterd achterlieten, vernederd en zoek gespeeld door de onnavolgbare mentale dribbels van een verbale virtuoos die zijn vaardigheid in het spinnen van zulke sibillijnse zinnen alleen van de maestro kan hebben afgekeken.

Terwijl Van Hanegem, dat lijkt me meer iemand van Annie MG en Jip en Janneke. Dus.


zaterdag 14 april 2018

Poppetjespleidooi

In een interview met Maaike Hartjes in NRC deze week worden de figuurtjes in haar strips ‘stokpoppetjes’ genoemd. Dat is blijkbaar het eerste woord dat bij de verslaggever opkomt voor die primitieve tekeningetjes (en primitief bedoel ik hier niet negatief). Ik constateer dus dat de term ‘stokpoppetje’ onherroepelijk aan het inburgeren is, of waarschijnlijk allang ingeburgerd is geraakt. En dat vind ik een beetje jammer.
Plaatje hier vandaan gejat
‘Stokpoppetje’ is een vrij nieuw woord: volgens mij is het pas deze eeuw ontstaan. En ik kan het niet helpen, ik blijf het ervaren als klakkeloze en niet helemaal lekkere (want voornamelijk op klank gebaseerde) vertaling van het Engelse stick figure.

Het Engelse stick kan zowel een stok zijn als een twijg, of zoiets kleins als een luciferhoutje. Maar bij een stok denk ik aan een stevig stuk hout (een stok om een hond mee te slaan), niet aan de iele streepjes in een primitief getekend figuurtje. En een stokpop... dat was, ook volgens Van Dale, eigenlijk altijd een pop op een stokje. Zoals een wajangpop:

Bron: Wikipedia

Of zo’n marionet als we bij handenarbeid moesten maken:

Bron: een webwinkel

Stokpoppetje staat als apart woord gelukkig nog niet in Van Dale. (Verbazingwekkend genoeg staat stick figure trouwens ook niet in de Van Dale Engels-Nederlands; doet Van Dale nog wel iets aan de inhoudelijke verbetering en uitbreiding van het vertaalwoordenboek, of gaat al het geld tegenwoordig op aan de techniek?) Maar dat is vast een kwestie van tijd; in WikiWoordenboek is het allang opgenomen (zij het met een waardeloze definitie). Mijn klacht komt vast te laat. (Nog afgezien van het feit dat er toch nooit iemand naar mij luistert.)

Maar het zij hier genoteerd: van mij mag het stokpoppetje als aanduiding voor primitieve tekeningetjes en als vertaling voor stick figure een zachte dood sterven.

Nee, een zachte dood, zeg ik!
Bron: een puber, denk ik...

Hark ye!

Hoe je het dan wel moet noemen? Gewoon, net als vroeger: een harkpoppetje. Een woord dat ook stripscenarist Patty Scholten blijkbaar liever gebruikt – zie haar blog.

Bron: blog Patty Scholten

Oké, soms is harkpoppetje misschien wat te specifiek. Sommige stick figures hebben geen harkhanden – en trouwens ook helemaal niets kinderlijks.

Oeps! Hier gevonden.

Ook de poppetjes van Maaike Hartjes hebben geen harkhanden.

Je kunt dat negeren en ‘harkpoppetje’ beschouwen als generiek woord voor álle primitief getekende figuurtjes, met harkhanden of niet. Maar het bleef toch aan me knagen.

Tot ik deze week op de radio toevallig een goed alternatief meende te horen. Het was in een radioreportage van OVT over een vrouw die in de Jappenkampen had gezeten. Haar zoon vertelde over de weerslag die dat op zijn jeugd had gehad. Op een gegeven moment had hij het over tekeningen van haar met, ‘ja hoe zal ik het noemen, luciferpoppetjes’. Het was radio, dus ik had er geen beeld bij – maar ik kreeg er tóch meteen een beeld bij!

Alle gekheid op een stokje

Natuurlijk, luciferpoppetjes! Zo’n stick figure bestaat niet uit stokken, maar uit zwavelstokjes. Het klonk zo vanzelfsprekend dat ik vermoed dat het woord luciferpoppetjes in Nederland wel vaker wordt gebruikt. In Delpher kan ik daar geen aanwijzingen voor vinden: daarin komen harkpoppetje, stokpoppetje en luciferpoppetje (of draadpoppetje, een andere mogelijkheid waar ik nog aan dacht) allemaal niet voor. Maar deze YouTube-gebruiker zal het toch ook niet zelf verzonnen hebben?


Overigens is het woord ‘luciferpoppetje’ wél in Delpher te vinden, welgeteld tweemaal – maar in een andere betekenis. En dat brengt me meteen bij het enige nadeel van dit woord: dat het lezers van een bepaalde generatie misschien doet denken aan iets heel anders. Aan een kortstondige rage uit de jaren 70 (bij mijn weten niet geïnspireerd op een bekend liedje van Annie M.G. Schmidt, maar je weet het natuurlijk nooit):

Bron: Go with the Vlo-blog
Maar als het over tekeningen gaat, snapt iedereen toch wel dat luciferpoppetje op de tekenstijl slaat, en niet op zo’n eng ding in een luciferdoosje? Dus weg met die stokpoppetjes.

Nou ja, ik héb het een keer gezegd.

(En te laat bedenk ik dat mijn zoektocht naar een alternatieve vertaling voor stick figures eigenlijk vrij overbodig is. In een vertaling kun je meestal volstaan met alleen ‘poppetjes’. Getekende poppetjes bestaan per definitie uit weinig meer dan een paar lijntjes. Het Engels ontpopt zich soms tot een inefficiënte taal die steeds een extra woordje nodig heeft om zoiets uit te leggen. Omdat het geen verkleinwoorden kent.
Maar dat terzijde.)

dinsdag 20 maart 2018

Een lieflijk orgasme


Het vreemde vertrouwd maken, dat is één manier om te omschrijven wat de vertaler doet. En het vertrouwde vreemd maken is wat een goede schrijver vaak doet. Geen sinecure dus om goede literatuur te vertalen, en het wordt misschien wel dubbel ingewikkeld bij literatuur uit een zo totaal andere taal en cultuur als de Japanse. Wat laat je intact en exotisch, eventueel met een verklarende voetnoot erbij, en wat probeer je te naturaliseren, binnen de tekst zelf uit te leggen of maar gewoon te negeren?



Vorig jaar las ik Tanizaki’s meesterlijke novelle De sleutel (1956) in de Nederlandse vertaling van M. Coutinho uit 1966. Op het eerste gezicht een intiem relaas over de erotische ontsporing (of ontluiking?) van een huwelijk, dat we tot ons krijgen via de dagboeken van beide echtelieden; maar nader beschouwd is het vooral ook een parabel over hoe Japan na de oorlog zijn tradities de rug toekeert en in rap tempo verwestert. De oudere man gaat fysiek ten onder aan de onverzadigbare seksuele wensen van zijn vrouw (of aan zijn eigen lust?). Als hij daaraan overlijdt, gaat zijn vrouw blijmoedig de toekomst tegemoet in een ménage à trois met haar minnaar en haar eigen dochter, die met hem is getrouwd. Alles gelardeerd met terloopse verwijzingen naar de westerse cultuur (de Hollywoodfilm Sabrina, Faulkners Sanctuary, cognac) die duidelijk moeten maken waar deze nieuwe seksuele mores vandaan komen.



Omdat ik toevallig ook de Franse vertaling uit 1966 van Gaston Renondeau in huis had liggen, La confession impudique getiteld, kon ik twee vertalingen vergelijken. Dat heb ik niet systematisch gedaan: ik pakte de Franse vertaling er alleen bij als ik in de Nederlandse tekst iets tegenkwam wat me opviel of vragen opriep. Je wordt je zo extra bewust van het feit dat je een vertaling leest, maar in tegenstelling tot wat wel eens wordt gedacht, hoeft dat aan de leeservaring niets af te doen. Het vergelijken van de vertalingen deed niets af aan de kracht van Tanizaki’s simpele maar subtiele novelle. Hooguit verhoogde het mijn besef van de moeite die het moet kosten om een tekst uit een zo andere cultuur voor de westerse lezer begrijpelijk te maken. Er zullen altijd wel details in blijven zitten waarvan je als westerse lezer niet weet hoe je die precies moet duiden.

Bonenkaas

Ik meende al snel te zien dat beide vertalers voor een andere, soms bijna tegengestelde strategie hebben gekozen. Het duidelijkst blijkt dat uit de voetnoten waarmee Renondeau sommige cultuurspecifieke verschijnselen verklaart; de Nederlandse vertaling bevat geen enkele voetnoot.

Neem deze Nederlandse passage:
Maar aangezien de telefoonleiding nog niet is veranderd en het vandaag ‘Akaguchi’, dus een slechte dag is, wilde Ikuko haar overhalen, te wachten tot de 21ste, die meer geluk belooft (p. 50)
In het Frans staat daar een hele uitleg bij – waardoor de vertaling ook (vermoed ik althans) wat dichter bij de tekst kan blijven:


Je kunt zeggen dat de uitleg weinig toevoegt en de lezer ‘uit de tekst haalt’. Maar ik vind dat voetnoten, mits spaarzaam gebruikt, helemaal niet storend hoeven te zijn, en in dit geval voegt de informatie wel degelijk iets toe, omdat dit bijgeloof een symbolische rol heeft: de vader en moeder houden nog vast aan die oude traditie, de dochter trekt zich er niets van aan.

Een ander voorbeeld is iemand die Baya heet of... een baya ís. Waar de Nederlandse simpelweg meldt ‘Baya is net weg’ (p. 79), lezen we in het Frans ‘Ici, la Baya est déjà partie’ (p. 75, mijn cursivering), met deze verklarende voetnoot:



In het Nederlands wordt niets uitgelegd en krijg je dus de indruk dat Baya de naam van de dienstbode is (als je al door hebt dat het om een bediende gaat).

Een enkele keer ontkomt ook de Nederlandse vertaler niet aan enige uitleg. Vooral als er gegeten wordt. Sommige gerechten worden dan tussen haakjes nader verklaard:


We zijn op slag terug in het Castafiore-tijdperk, toen Nederland nog geen andere soorten pasta kende dan macaroni en zoiets als tofu nog een vertaling nodig had. Vertalingen die mijn eetlust overigens niet echt opwekken. (Een soort macaroni met bonenkaas? Nee dank u.) Als er iets is wat de lezer uit de romanwereld haalt, is het natuurlijk zo’n uitleg tussen haakjes. Alsof er iemand op je schoot kruipt die je de juiste vertaling toefluistert van de rare woorden die de personages gebruiken.

Gedroogde navelstreng

Andere discrepanties die me opvielen, lijken het gevolg van vertaalfoutjes. Omdat ik het Japans niet beheers, kan ik daar niet helemaal voor instaan. Maar zelfs zonder kennis van het Japans valt met vrij grote zekerheid vast te stellen dat niet alles klopt. Ik zal een paar voorbeelden geven.

De hele novelle bestaat uit het dagboek van de beide echtelieden, dat we om beurten krijgen voorgeschoteld. Op pagina 36 lezen we:
Ik voel mij veel beter en als ik dat beslist wilde, zou ik kunnen opstaan; maar ik vind het prettiger in bed te blijven en de gebeurtenissen van de afgelopen nacht de revue te laten passeren. Daarna zal ik mijn dagboek bijwerken.
Dit is vreemd: ineens lijken we hier niet langer een dagboek te lezen, maar een inwendige monoloog van een personage dat in bed ligt te luieren en zich voorneemt straks in haar dagboek te gaan schrijven. In de hele novelle neemt Tanizaki nergens zo’n vrijheid met zijn vertelperspectief. Dat doet vermoeden dat Coutinho’s vertaling het oorspronkelijke Japans verkeerd weergeeft – een vermoeden dat door de Franse versie van Renondeau wordt bevestigd, want daar staat, veel logischer:
Je me serais bien levée; mais je n’en avais pas envie. Je restai couchée. Je pris mon journal et je me remémorai tranquillement les événements qui s’étaient passés depuis l’avant-veille. (p. 37)
Andersom is de Franse vertaler ook wel eens te betrappen op een omissie. Hij lijkt bijvoorbeeld zo te schrikken van deze zin:
Ik heb het helemaal onder een doos met oude brieven van mijn ouders verstopt, waarin ook nog mijn gedroogde navelstreng ligt, ... (p. 47)
dat hij die hele navelstreng maar weglaat:
Je le cache tout en bas d’une pile de vielles lettres de mon père et de ma mère. (p. 46)
Misschien een slordigheid, maar het is ook mogelijk dat Renondeau het Japanse gebruik om de navelstreng van je kind te bewaren zo vreemd vond (en de informatie irrelevant voor het verhaal), dat hij het in de vertaling liever wegliet. Geen onbegrijpelijke keuze, want die onverwachte navelstreng deed mij ook meteen naar de Franse vertaling grijpen om te zien of die het verklaarde. (Niet dus.) Een voetnoot was hier best op zijn plaats geweest, zeker omdat de lezer in 1963 nog geen Google had om hier opheldering over te verschaffen.

Een kever op haar buik

Raadselachtiger is de volgende discrepantie, in een van de vele minutieuze beschrijvingen van vrijpartijen. Het bizarre beeld dat in deze zin wordt opgeroepen, viel me onmiddellijk op:
Hij begon mij niet opnieuw onder mijn oksel te kussen, maar klom omstandig als een kever op mijn buik. (p. 39)
Nogal bevreemdend. Maar is die bevreemding een gevolg van een ‘andere’ literaire cultuur, van een doelbewuste poging tot vervreemding van de schrijver – of van de vertaling? Ik was benieuwd wat er in de Franse versie stond:
Il cessa de m’embrasser sous les aiselles mais posa ses lèvres sur mon bas-ventre et le baisa. 
Weg Kafka, geen kever te bekennen. Ook hier kun je dus op zijn minst zeggen dat de twee vertalers het Japans radicaal anders hebben geïnterpreteerd. Mogelijk geeft de tekst daar aanleiding toe, of misschien heeft de Franse vertaler hier iets weggemoffeld; ik weet het niet zeker.

Waar we Coutinho in ieder geval niet van hoeven te verdenken, is misplaatste preutsheid. Eerder in het verhaal is precies dezelfde vrijpartij namelijk al beschreven door de mannelijke hoofdpersoon, en dan wordt het feit dat hij ‘de schaamte’ van zijn vrouw kust in de Nederlandse vertaling niet verdoezeld:
Ik heb het zelfs gewaagd, haar schaamte te kussen, om te zien hoe zij hierop zou reageren, maar ik was onvoorzichtig en mijn bril viel op haar buik. (p. 34)
Maar zonder Japans te kennen, kun je op grond van interne samenhang wel concluderen dat de Nederlandse vertaler in het eerstgeciteerde zinnetje het Japanse woord waarschijnlijk verkeerd heeft begrepen, en er een kever in heeft gelezen die er niet stond.

Geboortedatum

Fouten zijn snel gemaakt: mijn vorige zin bevat er ook twee. Ten eerste heeft M. Coutinho de roman niet uit het Japans vertaald, en heeft hij dus ook geen Japans woord verkeerd begrepen. Als die kever een vertaalfout is, is die in een eerder stadium gemaakt. Het staat in mijn uitgave nergens vermeld, maar uit dit artikel op VertaalVerhaal blijkt wel dat het echtpaar Coutinho geen Japans had gestudeerd en vooral uit het Engels en Duits vertaalde.

Echtpaar ja, want dat is de tweede ‘fout’ in mijn zin: M. Coutinho was eigenlijk een vertalend echtpaar – wel een aardig detail in de context van deze novelle over de ontsporing van een huwelijk. (Zouden ze het werk zo hebben verdeeld dat hij het dagboek van de man voor zijn rekening nam, en zij dat van de vrouw? Uit het interview blijkt dat het waarschijnlijk niet zo is gegaan.)

Er zijn ook vertalingen van hun hand onder beider naam gepubliceerd, zoals van Nabokovs Lolita. (Die vertaling lijkt me overigens nog een reden om te vermoeden dat preutsheid in hun vertaalkeuzes geen rol speelde; al beweerde Max Pam in HP/De tijd ooit dat ‘seksuele toespelingen’ daarin ‘geheel verdwenen’ waren). Maar uit het artikel blijkt dat ze eigenlijk alles samen vertaalden, ook als de vertaling alleen onder de naam van M. Coutinho werd uitgebracht.

En het kan haast niet anders of de Coutinho’s hebben gebruik gemaakt van een eerdere vertaling: de Engelse of de Duitse. De Franse vertaling van Renondeau is zeker niet hun basistekst geweest. Daarvoor wijken de Franse en de Nederlandse tekst veel te sterk van elkaar af in zinsbouw en woordkeuze – en soms zelfs in een klein detail als het geboortejaar van de vrouwelijke hoofdpersoon:
Zij is geboren in 1907, zou nu dus vijfenveertig jaar oud moeten zijn; qua proporties lijkt zij nog niet zo op de Europese vrouwen als onze jonge mensen van tegenwoordig. (p. 31)
In het Frans:
Elle est née en 1913. Elle n’as pas les mêmes proportions que nos jeunes filles actuelles qui singent les Européennes. (p. 31)
De in de Nederlandse vertaling genoemde leeftijd van 45 klopt wel en wordt ook elders in de tekst genoemd. In deze charmante passage bijvoorbeeld:


Hoe het nou met het geboortejaar zit, kan ik zonder raadpleging van het origineel niet achterhalen. Heeft Tanizaki een foutje gemaakt door zijn hoofdpersoon 1913 als geboortejaar te geven, zodat ze hooguit 43 kon zijn in het jaar dat de novelle verscheen (1956)? Hebben de Coutinho’s (of de bron waarop ze zich baseerden) dat willen rechttrekken en de leeftijd van de vrouw erbij gezet als een soort (overbodige) rechtvaardiging? Of heeft de Franse vertaler ergens een foutje gemaakt? Ik weet het niet.

Grappig is wel dat de Amerikaanse vertaler de leeftijden van beide hoofdpersonen één jaar lager inschat: bij hem zijn ze niet respectievelijk 45 en 56 maar 44 en 55.  Daarmee valt de Engelse vertaling (waarvan het begin hier te lezen is) dus ook af als mogelijke bron voor de Coutinho’s.

Een lieflijk orgasme

Dan blijft de Duitse vertaling over, Op internet zijn leesfragmenten te vinden van twee verschillende Duitse vertalingen, beide uit het begin van het boek. Toevallig bevatte het begin van de roman ook al een passage die mij meteen naar de Franse vertaling deed grijpen omdat ik hem zo vreemd vond:
Zij bezit een voortreffelijke eigenschap, een eigenschap waarvan zij zelf niet het minste vermoeden heeft. Als ik in het verleden niet andere vrouwen had gekend, zou ik deze voortreffelijkheid waarschijnlijk niet hebben opgemerkt. Maar aangezien ik in mijn jonge jaren wel het een en ander heb beleefd, weet ik dat zij een zeldzaam lieflijk orgasme heeft, dat zelfs bij vrouwen niet vaak voorkomt. (p. 9-10)
Die formulering ‘een zeldzaam lieflijk orgasme’ komt nog diverse malen terug in het verhaal, op belangrijke plaatsen. Je zou kunnen zeggen dat de frase in het boek een... sleutelrol vervult. (Sorry.)

Des te intrigerender dat de Franse vertaler hetzelfde Japanse begrip blijkbaar heel anders heeft opgevat: niet als gebeurtenis (orgasme) maar als lichaamsdeel (orgaan):
Elle possède une beauté caractéristique à laquelle elle ne fait aucune attention. Si je n’avais eu l’expérience passée de relations avec bien d’autres femmes, je n’aurais peut-être pas remarqué cette particularité, mais m’étant amusé dans ma jeunesse, je sais qu’elle possède un organe tel qu’il en existe peu parmi les femmes.
Het verschil doet vermoeden dat het Japans hier dubbelzinnig of moeilijk te interpreteren is, of dat er een ongebruikelijk woord wordt gebruikt. In het Frans lijkt ‘organe’ me hier ook opvallender en minder gebruikelijk dan ‘sexe’ (het woord dat gebruikt werd in de hierboven aangehaalde passage met de ‘kever’). Staat er in het Japans een woord dat zowel (geslachts)orgaan als orgasme kan betekenen? Vond de Franse vertaler het vreemd om te zeggen dat een vrouw een ‘lieflijk orgasme’ heeft en heeft hij dat enerzijds willen naturaliseren, maar het vreemde willen behouden door het minder specifieke ‘organe’ te gebruiken in plaats van het normalere ‘sexe’? Of staat dat orgasme helemaal niet in de tekst, en is het een veel te specifieke (en misschien zelfs wat vreemde) invulling van een brontekst die minder uitgesproken is?

Als je nu de Duitse vertaling van Sachiko Yatsushiro en Gerhard Knauss uit 1961 erbij pakt, zie je meteen dat die als brontekst moet hebben gediend voor de Coutinho’s, zo nauw komen zinsbouw en woordkeuze van beide versies overeen (ook in andere passages):
Sie besitzt eine vorzügliche Eigenschaft, eine Eigenschaft, von der sie selbst keine Ahnung hat. Hätte ich nicht in der Vergangenheit andere Frauen gekannt, würde ich diesen Vorzug kaum bemerkt haben. Aber da ich in meinen jungen Jahren einiges erlebt habe, weiß ich, dass sie einen selten zarten Orgasmus besitzt, der sogar unter Frauen nicht oft zu finden ist. 
De Engelse vertaling van Howard Hibbett uit 1961 (waarvan het begin ook online staat) laat in het midden of het nou gaat om een gebeurtenis (orgasme) of een talent of fysieke eigenschap (orgaan), want in het Engels is alleen sprake van een ‘natural gift’ en een ‘physical endowment’:
she possesses a certain natural gift, of which she is completely unaware. Had I lacked experience with many other women I might have failed to recognize it. But I have been accustomed to such pleasure since my youth, and I know that her physical endowment for it is equaled by very few women. 
Dat suggereert dat de Japanse tekst vager of subtieler is dan in de oudere Franse en Nederlandse vertaling tot uiting komt. In 2017 is er een nieuwe Duitse vertaling verschenen, weer van een duo (Katja Cassing en Jürgen Stalph), die deze indruk bevestigt. Ook daarin is sprake van ‘eine spezielle körperliche gabe’ en wordt gezegd dat de vrouw op een bijzondere manier ‘ausgestattet’ is, wat dicht aanligt tegen het Engelse ‘endowment’ en eerder op een fysieke eigenschap wijst:
 Hier nun muss ich einen punkt zur sprache bringen, der für sie tabu ist: sie verfügt, ohne es selbst auch nur zu ahnen, über eine spezielle körperliche gabe. wenn ich früher keine beziehungen zou anderen frauen gehabt hätte, hätte ich diese gabe womöglich gar nicht als solche erkannt, aber da ich in jungen jahren ein flottes leben geführt habe, weiss ich, dass sie in einer weise ausgestattet ist, die man nur sehr, sehr selten findet.  

De eerdere Duitse vertalers (en daarmee de Nederlandse) lijken het vreemde vertrouwd te hebben willen maken door te benoemen wat in de Japanse tekst vager wordt omschreven; anderzijds hebben ze onbedoeld het vertrouwde vreemd gemaakt door een frase te gebruiken die zelf ook vragen oproept (wat is een ‘lieflijk orgasme’?).

Vreemd vertrouwd

Wat de nieuwe Duitse vertaling betreft: ik krijg de indruk dat die nieuwe vertalers consciëntieuzer en tekstgetrouwer te werk zijn gegaan dan hun voorgangers. Dat blijkt ook uit de vreemde hoofdletters waarin de passage hierboven is afgedrukt. Ik heb die overgenomen uit het leesfragment op de website van de uitgever; het is geen technische fout, de tekst staat in het boek zo afgedrukt. Althans: de dagboekfragmenten van de man zijn steeds in hoofdletters gezet, die van de vrouw in normale onderkast. Daarmee willen de vertalers een typografische eigenschap van de brontekst weergeven, zoals ze uitleggen in de Editorische Notiz:
Die Typographie ist keine Marotte, sie spiegelt eine Besonderheit des japanischen Originals, die sofort ins Auge springt: Der Professor benutzt in seinem Tagebuch ausschließlich Kanji und Katakana, die »harte« Männerschrift, seine Frau in ihrem ausschließlich Kanji und Hiragana, die »weiche« Frauenschrift. Mit einem Blick ist immer klar, von wem welcher Tagebucheintrag stammt. Im Deutschen übernehmen die Professorenkapitälchen diese Funktion – sie sind ebenso ungewöhnlich und wenig lesefreundlich wie die ausschließliche Kanji-Katakana-Mischschrif
Dat aspect van de tekst is in geen van de oudere vertalingen meegenomen. En je kunt natuurlijk ook betwijfelen of die hoofdletters het juiste effect sorteren, omdat we die in Westerse talen eerder associëren met ongeletterd geschreeuw op internet. Groot voordeel is wel dat je steeds meteen weet wiens dagboek je leest; in de andere vertalingen moet je dat uit de tekst opmaken.

Tijd voor Tanizaki

Ik zal niet beweren dat de oude Nederlandse vertaling van De sleutel een totaal ongenietbare tekst is. Hij geeft een aardige indruk van de kracht van Tanizaki’s novelle. Maar het blijft natuurlijk een Nederlandse vertaling van een niet helemaal vlekkeloze Duitse vertaling. Het lijkt mij hoog tijd dat er eens een nieuwe uitgave komt, met een vertaling uit het Japans. Net zoals het overigens tijd wordt dat Jacques Westerhovens mooie vertaling van Tanizaki’s meesterwerk Stille sneeuwval wordt heruitgegeven: een schitterende familieroman op het niveau van meesterwerken als Buddenbrooks of De boeken der kleine zielen.


Tot zover het slechte nieuws: Stille sneeuwval is momenteel niet in druk en van De sleutel is bij mijn weten nog geen nieuwe vertaling verschenen. Het goede nieuws is dat de Bezige Bij vorig jaar wel een lijvige bundel vroegere novellen van Tanizaki heeft uitgebracht, De brug der dromen, samengesteld en vertaald (ongetwijfeld direct uit het Japans) door Jos Vos. Ik heb die nog niet gelezen en kan er dus niets over zeggen, behalve dat ik op basis van mijn kennis van Tanizaki’s andere werk de hoogste verwachtingen heb.


donderdag 22 februari 2018

Racing for sweets

In een bespreking van een boek over Thomas Hardy door James Wood zie ik weer gedemonstreerd waarom hij als een van de beste critici van zijn generatie wordt beschouwd. Of je het met zijn opvattingen nu altijd eens bent of niet, hij kan ze erg mooi verwoorden.

Niet verwonderlijk dat hij zelf ook een roman heeft geschreven die binnenkort zal verschijnen. Of zijn proza ook in dat genre kan boeien, en dat meer dan tweehonderd pagina’s lang, is natuurlijk nog de vraag. Maar op de korte baan van de literaire kritiek vind ik hem een onbetwiste meester.

Dit schrijft hij over een paar van Hardy’s minder bekende en minder geslaagde romans:
They are outrageous tales, bulky as pantomime donkeys, twitching with melodramatic antics, sudden reversals, impostures and disclosures; the plots race like children for sweets.
Dat had ik best geschreven willen hebben. (En een vlotte vertaling hiervan is ook nog geen sinecure!) De romans waarover het gaat, The Hand of Ethelberta en The Well-Beloved, heb ik niet gelezen, maar bij het beeld dat hij schetst kan ik me wel iets voorstellen. Mede doordat dezelfde gebreken in mindere mate eigenlijk álle romans van Hardy kenmerken – ook de beter geslaagde. Ergens zijn al diens romans een beetje bulky as pantomime donkeys. En in zijn beste passages heeft hij de naar het snoep hollende kinderen even de deur uit geschopt.


Populairst de afgelopen 30 dagen

Populairst aller tijden ooit: